Het volledige genetische blauwdruk (genoom) van een plant is in grote lijnen hetzelfde in elke cel, maar de eigenschappen en kenmerken (fenotype) ontstaan uit een complex proces waarbij genen op specifieke momenten in specifieke cellen aan- of uitgeschakeld worden, vaak als reactie op de omgeving. In plaats van een vast resultaat fungeert de genetische code als een set instructies die beïnvloed kan worden door omgevingsfactoren, ontwikkelingsstadia en cellulaire behoeften, waardoor planten zich kunnen aanpassen en verschillende eigenschappen kunnen uiten vanuit dezelfde onderliggende DNA.
Er zal altijd een element van "rng" (random number generator) zijn, wat betekent dat willekeur of kans een fundamenteel onderdeel van de genetica is vanwege willekeurige mutaties, genetische drift en het meioseproces dat zorgt voor een unieke combinatie van genen in nakomelingen. Terwijl natuurlijke selectie niet-willekeurig inwerkt op deze variaties, is de oorspronkelijke bron van genetische diversiteit willekeurig, wat de genetische samenstelling van populaties in de loop van de tijd vormt.